Geplaatst op Geef een reactie

APPLICATIE: PrivacyGauge

DATUM: 20250729  UPDATE: 20250729
APPLICATIE – CONCEPTFASE
IDEE & ONTWIKKELING: J. Debusscher

PrivacyGauge: applicatie ontwerp


“Uw Persoonlijke Privacy Kompas in de Openbare Ruimte”

Visie: Empowering burgers met transparantie over de mate van surveillance en het niveau van privacy in hun directe omgeving, waardoor ze bewuste keuzes kunnen maken over hun aanwezigheid en gedrag in de publieke ruimte.

Doelgroep: Individuele burgers die zich zorgen maken over hun privacy en surveillance in de openbare ruimte.

Kernfunctionaliteit: PrivacyGauge zal, gebaseerd op de GPS-locatie van de gebruiker, een “Privacy Score” genereren. Deze score is dynamisch en wordt berekend op basis van een reeks configureerbare parameters, die zowel kwantitatieve als kwalitatieve data omvatten. De applicatie zal een intuïtieve interface bieden voor het visualiseren van deze score en de onderliggende factoren.

I. Programmable Parameters & Data Bronnen

De effectiviteit van PrivacyGauge hangt af van de beschikbaarheid en actualiteit van data. Voor elke parameter is een strategie voor dataverzameling nodig:

  1. Aantal publieke camera’s in de nabijheid:
  • Data Bronnen: Officiële overheidsregisters van cameratoezicht (indien openbaar), crowd-sourced data (gebruikers kunnen camera’s melden en taggen), data van open-source projecten die publieke camera’s mappen (bijv. op basis van openbare API’s of meldingen).
  • Metode: Real-time detectie (indien technisch mogelijk via beeldherkenning op de telefooncamera) en/of op basis van vooraf geladen geolocatie-databases.
  1. Aantal privé-camera’s in de buurt (woningen, bedrijven):
  • Data Bronnen: Dit is de meest uitdagende parameter.
  • Crowd-sourced: Gebruikers kunnen vrijwillig camera’s in hun buurt registreren.
  • Openbare data: Beperkt tot zichtbare camera’s aan openbare wegen (via bijv. Google Street View analyse, indien toegestaan).
  • Inschatting: Een heuristische benadering op basis van het type buurt (woonwijk, commercieel gebied) en dichtheid.
  • Metode: Actieve inbreng van de gemeenschap, gecombineerd met voorspellende modellen.
  1. Aantal overheidsinvesteringen in CCTV-systemen (locaal/regionaal):
  • Data Bronnen: Openbare aanbestedingsdocumenten, overheidsbegrotingen, nieuwsartikelen, jaarverslagen van lokale overheden en politiediensten, data van burgerrechtenorganisaties.
  • Metode: Handmatige curatie en updates op basis van monitoring van openbare bronnen.
  1. Huidige wetgeving voor de locatie (privacy- en surveillancerechten):
  • Data Bronnen: Officiële wetgevende databases (nationaal, regionaal, lokaal), analyses van juridische experts en privacy-organisaties.
  • Metode: Gecategoriseerde database van wetten per geografisch gebied, met indicatoren voor strengheid en handhaving.
  1. Mensenrechtenbehandeling van overheden (m.b.t. privacy en surveillance):
  • Data Bronnen: Rapporten van internationale mensenrechtenorganisaties (Amnesty International, Human Rights Watch), nationale ombudsdiensten, gespecialiseerde juridische databases, universiteitsstudies.
  • Metode: Kwalitatieve score gebaseerd op indexen en rapporten, gekoppeld aan geografische entiteiten.
  1. Aantal publieke trackers (Wi-Fi sniffers, ANPR, etc.):
  • Data Bronnen: Openbaar gemaakte rapporten van steden of transportbedrijven, crowd-sourced data (gebruikers kunnen trackingapparaten detecteren), onderzoeksrapporten van privacy-activisten.
  • Metode: Gebruikersmeldingen en specifieke hardware/software-modules om bekende trackers in de nabijheid te detecteren.
  1. Aantal private trackers (retail analytics, private beveiliging):
  • Data Bronnen: Nogmaals, crowd-sourced data, openbare vermeldingen van bedrijven die dergelijke technologieën gebruiken, consumentenrapporten.
  • Metode: Voornamelijk crowd-sourced en op basis van openbare informatie of specifieke consumentenwaarschuwingen.
  1. Speciale maatregelen (tijdelijke verhoging toezicht bij evenementen):
  • Data Bronnen: Lokale overheidskanalen (evenementenkalenders, politiemededelingen), nieuwsmedia.
  • Metode: Real-time alerts en updates op basis van openbare aankondigingen.
  1. Noodsituaties (staat van beleg, verhoogde terreurdreiging):
  • Data Bronnen: Officiële overheidsmededelingen (nationale crisiscentra, politie), nieuwsmedia.
  • Metode: Integratie met nationale waarschuwingssystemen en nieuwsfeeds.
  1. Lokale persvrijheid (als indicator van transparantie en verantwoording):
  • Data Bronnen: Indexen van persvrijheid (Reporters Zonder Grenzen), rapporten over censuur en transparantie op lokaal niveau, nieuws over rechtszaken tegen journalisten.
  • Metode: Kwalitatieve score gebaseerd op gevestigde internationale indexen, aangepast aan lokale context indien mogelijk.
  1. Meer Parameters (suggesties):
  • Data Retentiebeleid: Hoe lang worden beelden/data bewaard? (Data Bronnen: Overheidsbeleid, wetgeving).
  • Publieke Bewustwording: Worden burgers duidelijk geïnformeerd over toezicht? (Data Bronnen: Overheidswebsites, borden in publieke ruimtes, lokale enquêtes).
  • Eenvoud van Data-inzageverzoeken: Hoe makkelijk is het voor burgers om hun eigen data op te vragen? (Data Bronnen: Juridische analyse, burgerervaringen).
  • Recente incidenten van misbruik: Zijn er recente, geverifieerde gevallen van oneigenlijk gebruik van surveillance in de omgeving? (Data Bronnen: Nieuwsmedia, juridische uitspraken).

II. Applicatie Interface & Functionaliteit

  1. Hoofdscherm (Kaartweergave):
  • Een interactieve kaart die de huidige locatie van de gebruiker toont.
  • Gebieden op de kaart zijn ingekleurd met een Privacy Heatmap, variërend van groen (hoge privacy) tot rood (lage privacy).
  • Iconen op de kaart tonen de gedetecteerde surveillance-elementen (camera’s, trackers).
  1. Privacy Score Display:
  • Een prominente numerieke score (bijv. 1-100) en/of een visuele indicator (bijv. een “Privacy Level” meter) die het huidige privacy-niveau op de locatie van de gebruiker weergeeft.
  • Een korte tekstuele samenvatting (bijv. “Lage surveillance, redelijke privacy” of “Hoge surveillancedruk, privacy beperkt”).
  1. Detailweergave (Uitsplitsing Parameters):
  • Bij het tikken op de Privacy Score, opent een detailpagina met een uitsplitsing van hoe elke individuele parameter bijdraagt aan de totale score.
  • Elke parameter heeft een eigen sub-score en een korte uitleg (bijv. “Aantal Publieke Camera’s: Hoog – Er zijn 15 camera’s gedetecteerd binnen 200m radius”).
  • Links naar de onderliggende data of bronnen waar beschikbaar.
  1. Parameter Configuratie (Programmeerbare Parameters):
  • Gebruikers kunnen in de instellingen de ‘weging’ van elke parameter aanpassen naar hun persoonlijke voorkeur. Bijv., iemand die zich meer zorgen maakt over privé-camera’s dan over overheidscamera’s, kan de weging daarvan verhogen.
  • Mogelijkheid om specifieke parameters in of uit te schakelen.
  1. Crowd-Sourcing & Rapporteren:
  • Een functie waarmee gebruikers anoniem camera’s (publiek/privé), trackers of verdachte activiteiten kunnen melden en toevoegen aan de database.
  • Een verificatiesysteem (bijv. door meerdere gebruikersbevestigingen) om de betrouwbaarheid van crowd-sourced data te waarborgen.
  • Mogelijkheid voor gebruikers om ontbrekende informatie of foute data te rapporteren.
  1. Educatieve Content & Aanbevelingen:
  • Informatie over privacyrechten, lokale wetgeving en tips om de eigen privacy te beschermen in de openbare ruimte.
  • Suggesties voor ‘privacy-vriendelijke’ routes of gebieden op basis van de kaartgegevens.

III. Technische Overwegingen & Uitdagingen

  • Data-Infrastructuur: Een robuuste backend-database is essentieel om de enorme hoeveelheid geolocatie-data en beleidsinformatie op te slaan en te beheren.
  • Privacy-by-Design: De applicatie zelf moet ontworpen zijn met maximale privacybescherming voor de gebruiker. Dit betekent minimale dataverzameling van de gebruiker zelf, anonimisering van bijdragen en transparantie over dataverwerking.
  • Nauwkeurigheid van GPS/Locatie: De precisie van de score hangt af van de nauwkeurigheid van de locatiegegevens van de telefoon.
  • Regelmatige Updates: Wetgeving, investeringen, en de plaatsing van nieuwe camera’s zijn dynamisch. Er is een continu proces nodig om de database up-to-date te houden, idealiter met een combinatie van geautomatiseerde feeds en handmatige curatie.
  • Schaalbaarheid: De architectuur moet schaalbaar zijn om grote hoeveelheden gebruikers en data aan te kunnen.
  • Juridische Complexiteit: Het verzamelen en tonen van data over privé-camera’s kan juridische implicaties hebben (bijv. privacy van de camera-eigenaar). Dit vereist een zorgvuldige juridische overweging.

IV. Score Berekeningslogica (Voorbeeld)

De Privacy Score zou berekend kunnen worden als een gewogen gemiddelde van de sub-scores van elke parameter.

\text{Privacy Score} = \sum_{i=1}^{n} (W_i \times S_i)

Waar:

  • W_i = Weging van parameter i (door de gebruiker configureerbaar, som van W_i = 1).
  • S_i = Sub-score van parameter i (op een schaal van 0-100, waarbij 100 maximale privacy aangeeft).

Voorbeeld Sub-scores:

  • Aantal publieke camera’s: Inverse relatie. Meer camera’s = lagere score. (S_{\text{camera}} = 100 – (\text{aantal camera’s} \times \text{factor}))
  • Wetgeving: Directe relatie. Strengere privacywetten = hogere score. (S_{\text{wetgeving}} = \text{score op basis van wetgevingstabel})
  • Persvrijheid: Directe relatie. Hogere persvrijheidsindex = hogere score.

Conclusie: 

PrivacyGauge is een ambitieus project dat de complexiteit van privacy in het digitale tijdperk aanpakt. Door transparantie te bieden over surveillance in de openbare ruimte en burgers te empoweren met aanpasbare informatie, kan het een waardevol instrument worden in het beschermen van fundamentele rechten in een steeds meer gecontroleerde wereld. De sleutel tot succes ligt in de robuuste dataverzameling, de betrouwbaarheid van de informatie, en een onwrikbare toewijding aan de privacy van de gebruiker zelf.

Geplaatst op Geef een reactie

Correlatie van Cameratoezicht in de Openbare Ruimte en het Verlies van Privacy

DATUM: 20250729  LAATST GEUPDATE: 20250729
ONDERZOEK: CAMERATOEZICHT IN DE PUBLIEKE RUIMTE
AUTEUR: J. Debusscher


Hoewel juridische kaders in veel landen stellen dat er in de openbare ruimte een verminderde verwachting van privacy is, betekent de constante aanwezigheid van camera’s, vaak gekoppeld aan geavanceerde analysesoftware, dat burgers voortdurend worden geobserveerd, opgenomen en geïdentificeerd.



De directe correlatie tussen de proliferatie van cameratoezicht en het verlies van privacy in de openbare ruimte is een breed erkend en goed gedocumenteerd fenomeen. Hoewel juridische kaders in veel landen stellen dat er in de openbare ruimte een verminderde verwachting van privacy is, betekent de constante aanwezigheid van camera’s, vaak gekoppeld aan geavanceerde analysesoftware, dat burgers voortdurend worden geobserveerd, opgenomen en geïdentificeerd.

  • Continue monitoring en datacollectie: Conventionele camera’s registreren beelden, maar moderne systemen gaan veel verder. Ze verzamelen metadatas over bewegingspatronen, sociale interacties en zelfs emoties via geavanceerde algoritmes. Deze data kunnen opgeslagen en geanalyseerd worden, waardoor er profielen van individuen kunnen worden opgebouwd zonder hun expliciete toestemming of medeweten. Dit creëert een “digitale voetafdruk” in de fysieke ruimte.
  • Anonimiteit verloren: Historisch gezien bood de openbare ruimte een zekere mate van anonimiteit. Men kon er zonder specifieke observatie deelnemen aan het publieke leven. Cameratoezicht, zeker in combinatie met gezichtsherkenningstechnologie, elimineert deze anonimiteit vrijwel volledig. Dit kan een rem zetten op het vrije uiten van meningen, het deelnemen aan demonstraties of simpelweg het zich bewegen zonder de constante gedachte geobserveerd te worden.
  • Gevoel van Big Brother: Het psychologische effect van voortdurende surveillance kan leiden tot zelfcensuur en conformistisch gedrag. Burgers kunnen het gevoel krijgen dat ze onder een vergrootglas liggen, wat de spontaniteit en vrijheid van expressie in de openbare ruimte aantast. Dit fenomeen wordt ook wel het “chilling effect” genoemd, waarbij legitiem gedrag wordt onderdrukt uit angst voor surveillance of misinterpretatie.
  • Gecombineerde datasets: Het gevaar van privacyverlies wordt verergerd wanneer camerabeelden worden gekoppeld aan andere datasets, zoals sociale media-activiteit, betaalgedrag of openbare registers. Deze combinatie kan een gedetailleerd en alomvattend beeld van iemands leven schetsen, wat ver buiten het oorspronkelijke doel van “veiligheid” gaat.

Tal van onderzoeken van organisaties zoals de Electronic Frontier Foundation (EFF), Amnesty International en nationale privacyautoriteiten documenteren de gestage erosie van privacyrechten door de uitbreiding van cameratoezicht. Zij benadrukken dat de voordelen van veiligheid vaak niet opwegen tegen de fundamentele rechten die worden ingeperkt.

2. Oneigenlijk Gebruik door Overheidsdiensten

De potentiële voor oneigenlijk gebruik van cameratoezicht door overheidsdiensten is een serieuze zorg en er zijn reeds diverse voorbeelden van misbruik gedocumenteerd. Dit ondermijnt het vertrouwen tussen overheid en burger en leidt tot vragen over aansprakelijkheid en transparantie.

  • Surveillance creep: Dit fenomeen beschrijft hoe technologieën die oorspronkelijk voor een specifiek, legitiem doel zijn geïntroduceerd, geleidelijk worden uitgebreid in hun toepassing en bereik. Een camerasysteem dat is geïnstalleerd voor criminaliteitspreventie kan later worden gebruikt voor verkeershandhaving, het opsporen van demonstranten, of zelfs voor civiele zaken die niets met veiligheid te maken hebben.
  • Gerichte surveillance en discriminatie: Cameratoezichtsystemen kunnen worden misbruikt om specifieke bevolkingsgroepen te targeten op basis van etniciteit, religie, politieke overtuiging of sociaaleconomische status. Algoritmes voor gezichtsherkenning of gedragsanalyse kunnen onbedoeld of opzettelijk bias bevatten, wat kan leiden tot disproportionele monitoring en profiling van minderheden.
  • Gebruik voor politieke controle: In autoritaire regimes, maar soms ook in democratieën, zijn er gevallen bekend waarin cameratoezicht werd ingezet om politieke tegenstanders te monitoren, demonstraties te volgen en te identificeren, of zelfs om persoonlijke informatie te verzamelen voor intimidatie of chantage.
  • Toegang en deelname door derden: De verzamelde camerabeelden kunnen, al dan niet legaal, worden gedeeld met andere overheidsinstanties, private entiteiten of zelfs internationale partners, wat de controle over de data bemoeilijkt en de kans op misbruik vergroot.
  • Gebrek aan toezicht en transparantie: Vaak ontbreekt het aan onafhankelijk toezicht en transparante procedures over wie toegang heeft tot de beelden, hoe lang ze worden bewaard en voor welke doeleinden ze worden gebruikt. Dit gebrek aan accountability maakt het lastig om misbruik op te sporen en aan te pakken.

Voorbeelden van oneigenlijk gebruik zijn onder andere de monitoring van Black Lives Matter-protesten in de VS, waarbij gezichtsherkenning werd ingezet om activisten te identificeren, of gevallen in China waar grootschalig cameratoezicht wordt gebruikt als instrument voor sociale controle en onderdrukking van Oeigoeren.

3. De Afwezigheid van Camerabeelden als Onderdrukkers op Beeld Staan

Een verontrustend aspect van grootschalig cameratoezicht is de selectieve beschikbaarheid of het ontbreken van beelden, met name wanneer deze potentieel compromitterend zijn voor overheidsdiensten of machthebbers. Dit roept ernstige vragen op over transparantie, verantwoordelijkheid en de integriteit van het systeem.

  • “Toevallig” defecte camera’s: In situaties van vermeend politieoptreden, excessief geweld of andere controversiële incidenten waarbij overheidsfunctionarissen betrokken zijn, komt het regelmatig voor dat camera’s in de directe omgeving “toevallig” niet werkten, beelden “verloren zijn gegaan” of de kwaliteit te slecht is om bruikbaar te zijn. Dit patroon leidt tot speculatie over opzettelijke manipulatie of verhulling.
  • Beleid van niet-vrijgave: Zelfs wanneer beelden bestaan, kunnen overheidsinstanties weigeren deze vrij te geven aan het publiek, journalisten of zelfs rechtbanken, onder het mom van “lopend onderzoek”, “nationale veiligheid” of “privacy van betrokkenen”. Dit beleid verhindert onafhankelijke controle en maakt het moeilijk om de waarheid vast te stellen.
  • Digitale manipulatie en verwijdering: De technologieën die het mogelijk maken om beelden vast te leggen, maken het in theorie ook mogelijk om ze digitaal te manipuleren, te bewerken of zelfs volledig te verwijderen zonder sporen achter te laten. Hoewel dit technisch complex is, is de mogelijkheid ervan een reële zorg, vooral in situaties waar veel op het spel staat.
  • Machtsongelijkheid in toegang: De overheid heeft de volledige controle over de surveillance-infrastructuur en de toegang tot de data. Dit creëert een inherente ongelijkheid. Burgers en onafhankelijke waarnemers hebben zelden dezelfde toegang, wat een effectieve controle op misbruik bemoeilijkt.
  • Erosie van het recht op waarheid: Wanneer cruciale bewijsstukken in de vorm van camerabeelden ontbreken of worden achtergehouden, wordt het voor slachtoffers en het publiek extreem moeilijk om de waarheid over incidenten te achterhalen en de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen. Dit tast de rechtsstaat aan.

Dit probleem is met name prominent in landen met een zwakke rechtsstaat of waar de relatie tussen politie en burger gespannen is. Het ondermijnt het idee dat cameratoezicht primair dient als een objectieve waarheidsvinder en draagt bij aan een sfeer van straffeloosheid voor machthebbers.

4. De Sfeer van Oncontroleerbaarheid onder Invloed van AI

De integratie van Kunstmatige Intelligentie (AI), met name machine learning en deep learning, in cameratoezichtsystemen transformeert de aard van surveillance en creëert een sfeer van oncontroleerbaarheid die diepgaande implicaties heeft voor de samenleving.

  • Autonome detectie en profilering: AI-systemen kunnen patronen herkennen, afwijkend gedrag detecteren, individuen identificeren via gezichts- of loopanalyse, en zelfs ‘voorspellen’ wie een potentieel risico vormt. Dit gebeurt vaak autonoom, zonder directe menselijke tussenkomst, waardoor beslissingen worden genomen door ondoorzichtige algoritmes.
  • Black box-problematiek: Veel AI-algoritmes, vooral die gebaseerd op deep learning, functioneren als ‘black boxes’. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, om precies te achterhalen waarom een AI tot een bepaalde conclusie is gekomen. Dit maakt het extreem lastig om fouten, biases of discriminatie binnen het systeem te identificeren, te betwisten of te corrigeren.
  • Schaalbaarheid en omnipresence: AI maakt het mogelijk om enorme hoeveelheden videodata in real-time te verwerken en te analyseren, veel sneller en efficiënter dan menselijke operators ooit zouden kunnen. Dit betekent dat surveillance van een kleinschalige, gerichte activiteit kan opschalen naar een alomtegenwoordig, continue proces dat de hele openbare ruimte dekt.
  • Verdwijnen van menselijk toezicht: Naarmate AI geavanceerder wordt, neemt de behoefte aan menselijke operators af. Dit kan leiden tot een verlies van menselijk oordeel, ethische overwegingen en empathie in toezichtbeslissingen. Het risico bestaat dat een algoritme een beslissing neemt met verstrekkende gevolgen voor een individu, zonder dat een menselijke operator de context of nuance kan overwegen.
  • Predictive policing en voortijdige criminalisering: AI-gestuurde predictive policing-systemen proberen criminaliteit te voorspellen voordat deze plaatsvindt, vaak op basis van demografische gegevens, locatie en historische data. Dit kan leiden tot de voortijdige criminalisering van individuen of groepen, die worden gemonitord of aangesproken op basis van een algoritme dat hen als ‘hoog risico’ heeft bestempeld, nog voordat er daadwerkelijk een misdrijf is gepleegd.
  • Juridische en ethische uitdagingen: De snelle ontwikkeling van AI overtreft vaak de capaciteit van wetgevers om adequate regelgeving te creëren. Dit leidt tot een juridisch vacuüm en complexe ethische dilemma’s over wie verantwoordelijk is wanneer een AI-systeem een fout maakt of schade veroorzaakt.

De ondoorzichtige en autonome aard van AI in toezichtsystemen creëert een diepgaande sfeer van oncontroleerbaarheid voor burgers. Het gevoel dat ‘de machine’ observeert, analyseert en wellicht beslissingen neemt over hun leven zonder enige mogelijkheid tot inzage of verweer, tast het vertrouwen in de overheid en de rechtsstaat fundamenteel aan.

5. De Verwarring die Vaak Reeds Gepaard Gaat met het Gebruik van Camerabeelden door Media aan Weerszijden van een Conflict

Camerabeelden uit de openbare ruimte zijn een krachtig instrument geworden in de media, maar de manier waarop ze worden gebruikt, kan leiden tot aanzienlijke verwarring, misinformatie en polarisatie, vooral wanneer ze worden ingezet door media aan weerszijden van een conflict.

  • Selectieve weergave: Mediaredacties, of individuen met een agenda, kunnen ervoor kiezen om slechts specifieke fragmenten van langere camerabeelden te tonen. Deze fragmenten worden zorgvuldig geselecteerd om een bepaalde boodschap te ondersteunen of een specifieke kant van het verhaal te belichten, waardoor de context en nuance verloren gaan.
  • Framing en interpretatie: Dezelfde camerabeelden kunnen op radicaal verschillende manieren worden ‘geframed’ of geïnterpreteerd, afhankelijk van de ideologische positie van het mediakanaal. Wat de ene kant presenteert als “noodzakelijk optreden tegen geweld”, kan de andere kant afschilderen als “brute onderdrukking”. De toegevoegde voice-over, graphics en experts kunnen de perceptie verder sturen.
  • Gebruik van de-contextualiseerde beelden: Beelden die jaren geleden zijn opgenomen of afkomstig zijn van een totaal andere locatie, kunnen opzettelijk of onopzettelijk worden gepresenteerd als relevant voor een actueel conflict. Dit leidt tot ernstige misinformatie en kan de emoties van het publiek manipuleren.
  • Authenticiteit en manipulatie: Met de opkomst van ‘deepfake’-technologieën en geavanceerde videobewerkingssoftware is het steeds moeilijker geworden om de authenticiteit van camerabeelden te verifiëren. Desinformatiecampagnes maken misbruik van deze technologieën om valse narratieven te creëren of bestaande beelden te verdraaien.
  • Vooroordelen van de kijker: Publiek consumeert media vaak vanuit reeds bestaande overtuigingen en vooroordelen. Camerabeelden, hoe ‘objectief’ ze ook lijken, worden gefilterd door deze vooroordelen, waardoor verschillende mensen tot verschillende conclusies komen op basis van hetzelfde beeldmateriaal. Dit draagt bij aan de polarisatie in de samenleving.
  • Erosie van vertrouwen: Wanneer camerabeelden consistent worden ingezet als instrument voor propaganda of desinformatie, leidt dit tot een algemene erosie van het vertrouwen in zowel de media als in de ‘objectieve waarheid’ die beelden zouden moeten vertegenwoordigen. Dit maakt het moeilijker voor het publiek om onderscheid te maken tussen feiten en fictie.

Deze aspecten creëren een landschap waarin visueel ‘bewijs’ vaak meer bijdraagt aan verwarring en conflict dan aan duidelijkheid. Het publiek wordt overspoeld met beelden die voortdurend worden betwist en anders worden geïnterpreteerd, wat leidt tot een gevoel van onzekerheid over wat echt is en wie te geloven.

Conclusie

De correlaties tussen cameratoezicht in de openbare ruimte en de geschetste problemen zijn diepgaand en veelzijdig. Wat begon als een relatief eenvoudig veiligheidsinstrument, is door de integratie van AI en de complexiteit van de mediacommunicatie, uitgegroeid tot een potentieel alomtegenwoordig controlemechanisme met verreikende implicaties voor privacy, vrijheid, maatschappelijk vertrouwen en de rechtsstaat. De dreiging van oncontroleerbaarheid door autonome AI-systemen en het risico van selectieve weergave of manipulatie van beelden door machthebbers of conflicterende partijen, onderstrepen de urgente noodzaak voor robuuste regelgeving, onafhankelijk toezicht, transparantie en een breed maatschappelijk debat over de grenzen van surveillance in een democratische samenleving.

Geplaatst op Geef een reactie

All about the Piratepartei Lëtzebuerg (Pirate Party)

All about the Piratepartei Lëtzebuerg (Pirate Party)

Luxembourg’s Pirate Party was founded in October 2009 by twenty-three people and is a founding member of Pirates Parties International, an umbrella organisation coordinating the activities of Pirate Parties worldwide.

20.10.2013

A brief (international) history

Luxembourg’s Pirate Party was founded in October 2009 by twenty-three people and is a founding member of Pirates Parties International, an umbrella organisation coordinating the activities of Pirate Parties worldwide. The Luxembourg Pirates currently had 160 members in 2011  throughout most of Luxembourg’s larger communes and has continued to grow.

Pirate Partei, the Luxembourgish Pirates, was born out of the Swedish “Piratpartiet” who were the originators of the “pirate movement”. The Swedish Pirates came into existence with the creation of a homepage in January 2006.

By 10 February 2006 the party had collected 1500 signatures (as required per Swedish law) enabling them to run in the national elections.

In terms of membership numbers the Pirate Party in Sweden is the third largest party. Although they aren’t represented in the national parliament, they have two seats in the European Parliament, making them one of the fastest-growing parties in Sweden’s history.

Based on the party’s sudden popularity and success, similar parties have been founded worldwide, yet still linking together as PPI (Pirate Parties International). The parties’ main beliefs relate to:

* The need to adapt legislation to allow for the emergence of an information society

* A need to change existing copyright laws, so that these only apply to the commercial use of copyrighted material

* The claim that patents are obsolete because the only thing they create are privatised monopolies- “one of society’s worst enemies”

* The need to reaffirm that the individual has a right to privacy protection.

Ideology

The party argues that living in an information society calls for a different kind of politics. The ever-growing globalisation of knowledge enabled, in part, by the digital revolution, challenges the current understanding of legal, economic and social components that societies are built on.

The Luxembourg Pirate Party sees themselves as part of an international movement fighting for the protection of individual privacy and “informational self-determination” while at the same time advocate for free access to knowledge and culture.

It is stipulated that these parameters need to be cornerstone principles in today’s information society. In their party programme, the Pirate Partei has eight main points.

The following points are key areas, which will be a main part of their campaign when running in the national elections:

1) Protection of privacy and data

The Luxembourg Pirates argue that the protection of the individual’s privacy should be a cornerstone in today’s politics. This right has been cemented in various national and international legislation ranging from the Luxembourg Constitution to the European Convention for the Protection of Human Rights. The party claims that today’s technical possibilities allow for the surveillance and storage of data in ways that former dictatorships only dared dream of.

Any kind of surveillance needs to be monitored by elected mandate-holders and only practiced in special circumstances. Every citizen has a fundamental right to anonymity, guaranteed by the constitution, yet various ISPs in Luxembourg are required by law to keep data on individuals for six months. This is but one aspect that the Pirate Partei will actively try to change.

2) Copyrights

The Pirates argue that the utopia of equal and unlimited access to knowledge and culture has now been made possible by the today’s rapid technological developments. Nevertheless, laws relating to copyrights have simultaneously been made stricter and are limiting the proper use of our digital capabilities. The Pirates argue that copyrights need only apply in terms of commercial use, but should not be relevant in terms of sharing. The state needs to develop programmes that allow for the creator, artist, musician etc. to create without having to rely on the protection and income from copyrights.

3) Patents

The Pirate Partei claims that current patent legislation might in fact hamper innovation rather than foster it. A truly free market cannot allow for current patent laws, which, according to the Pirates, are just glorified state-legalised private monopolies. Furthermore, patents in relation to pharmaceuticals also present ethical dilemmas that our current society shouldn’t endorse.

4) Transparency of the political system

The individual citizen’s insight into public administrative and political data, should be a fundamental right and guaranteed by law, protected and fostered. Every citizen should be allowed to have insight into any political procedure and if such access is denied it needs to be communicated in writing and should, if necessary, be legally contestable.

5) Open access

The Pirate Party proposes that the results of state-financed undertakings, whether they relate to research or public administration, should be viewable by individuals without them having to incur any costs. Often research is only published in commercially available publications, yet the Pirates want these publications to be freely accessible, e.g. in libraries for citizens to freely access them.

6) Against Censorship

Freedom of speech is a basic human right. The party stipulates that “free press and the right to personal expression and beliefs, regardless of the context, is essential in a free and multi-medial world”. A democratic state needs to guarantee these rights and neither art nor culture should be controlled, influenced or censored.

7) Education, Literacy and Learning

Every individual has the right to free access to educational material, regardless of social background or financial situation. Consequently, schools and universities need to be free and not impose any kind of limitation. The Pirates also want schools to teach children and youngsters how to live in a digital world by introducing them to the dangers as well as the benefits of the internet, social media, digital communication etc.

8) A Europe without Borders

The Pirate Partei wants a border-less Europe. Although the Schengen Agreement has already removed physical borders, the Pirates insist that artificial barriers also need to be removed. An example of this is legislation Pay-TV channels. These should not only broadcast to a limited geographical area but right across Europe. Also, films should premier in cinemas throughout Europe at the same time, and internet-based stores must offer their services right across Europe and not just selected countries.

  • Website: www.piratepartei.lu
Geplaatst op Geef een reactie

Groen licht voor uploadfilters: de auteursrechtelijke rapporteur van het Europees Parlement heeft niets geleerd van een jaar durende discussie

Julia Reda | 20180927 | juliareda.eu

Sinds de Europese Commissie haar zeer omstreden voorstel heeft gepresenteerd om internetplatforms te dwingen censuurmachines te gebruiken, wacht de auteursrechten-wereld met spanning op het standpunt van het Europees Parlement. Vandaag heeft rapporteur Axel Voss (Duitse CDU) die belast is met de taak om de hervorming van het auteursrecht door het Parlement te loodsen, eindelijk de tekst uitgegeven waarachter het Parlement zich vanuit zijn perspectief zou moeten scharen.

Het is een groen licht voor censuurmachines: de heer Voss heeft het oorspronkelijke voorstel van zijn Duitse partijcollega, voormalig Digitale Commissaris Günther Oettinger, bijna volledig overgenomen.

Daarbij verwerpt hij oproepen vanuit het hele politieke spectrum om de censuurmachines te stoppen. Hij negeert anderhalf jaar van intensieve academische en politieke debatten, die talloze in het oog springende gebreken van het voorstel aan het licht hebben gebracht. Hij verwerpt het werk van verschillende parlementaire commissies die zich tegen uploadfilters uitspraken, evenals de bevindingen van zijn voorganger en parlementaire partijgenoot Comodini, die de problemen bijna een jaar geleden correct had onderkend. Hij veegt de zorgen onder het tapijt over de rechtmatigheid van het voorstel die verschillende nationale regeringen in de [Europese] Raad hebben geuit. En hij gaat in tegen het onlangs gepubliceerde regeerakkoord van de nieuwe Duitse regering — waaronder zijn eigen [christen-democratische] partij — waar filterverplichtingen als disproportioneel worden afgewezen.

Foto © Europese Unie (gebruikt met toestemming)

[Lees het compromis voorstel PDF]

Dit is slechts alleen in naam een “compromis”. Het voorstel van de heer Voss bevat alle problematische elementen van het oorspronkelijke idee van de censuurmachines en voegt er nog meer aan toe. Hier is het voorstel in detail:

1. Verplichte onmogelijk te verkrijgen licenties

In het voorstel staat: Alle apps en websites waar gebruikers media kunnen uploaden en publiceren, behoeven auteursrecht licenties voor alle content te verkrijgen. Deze platforms worden beschouwd alle gebruikersuploads “aan het publiek te communiceren”, wat betekent dat de platforms rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor inbreuk op het auteursrecht door hun gebruikers, alsof het de medewerkers van het platform zelf zijn die deze werken hadden geüpload.

Deze bizarre toevoeging aan het Commissievoorstel zal in de praktijk vaak niet haalbaar zijn: van wie precies moeten de internetplatforms deze licentie-overeenkomsten verkrijgen? Hoewel er auteursrechtenorganisaties kunnen zijn die professionele auteurs vertegenwoordigen op een aantal gebieden zoals muziek of film, die in staat kunnen zijn een licentie te verlenen voor het werk van vele individuele auteurs, hebben andere sectoren helemaal geen auteursrechtenorganisaties.

Stel je bijvoorbeeld een hostingplatform voor software voor zoals GitHub. Er is geen auteursrechtenorganisatie voor softwareontwikkelaars en tot nu toe heeft nog niemand de noodzaak gezien om er een te stichten. Dus waar krijgt GitHub, die ongetwijfeld toegang geeft tot door de gebruiker geüploade (auteursrechtelijk beschermde) software, zijn auteursrechtlicentie? Ze kunnen geen licentie-onderhandelingen beginnen met elke afzonderlijke software-ontwikkelaar, alleen maar omdat iemand op een dag zijn software zonder toestemming naar GitHub kan uploaden. En zonder die onmogelijk te verkrijgen licentie, zegt deze wet dat ze direct aansprakelijk zijn zodra iemand auteursrechtelijk beschermde werken upload. Dat is een zekere manier om de platform-economie in Europa in de kiem te smoren.

En deze onmogelijk te verkrijgen licenties hebben alleen betrekking op niet-commercieel gebruik: als het platform een licentie verkrijgt zoals voorgeschreven, zijn niet-commerciële uploaders niet aansprakelijk. Uploaders die voor commerciële doeleinden handelen, zoals bedrijven met accounts op sociale media, kunnen echter nog steeds worden aangeklaagd door rechtenhouders.

2. De censuurmachine is hier om te blijven

In het voorstel staat: Alle platforms die “aanzienlijke hoeveelheden” van door gebruikers geüploade content hosten en openbaar toegankelijk zijn, moeten sowieso voorkomen dat auteursrechtelijk beschermde content, die rechtenhouders hebben geïdentificeerd, wordt geüpload.

Er zijn slechts twee manieren om dit te doen: (a) een leger getrainde apen inhuren om elke individuele upload van een gebruiker te beoordelen en deze handmatig te vergelijken met informatie van rechtenhouders, of (b) door uploadfilters te installeren. In het artikel dat deze verplichting bevat, worden de content filters niet langer expliciet genoemd. Ze worden echter vermeld in andere delen van de tekst, wat duidelijk maakt dat Voss filters voor ogen heeft.

Wat “significante hoeveelheden” zou moeten zijn, blijft ongedefinieerd. De Commissie wilde censuurmachines voorschrijven voor platforms met “grote hoeveelheden” content, als gevolg van het misleidende idee dat alle bedrijven die grote hoeveelheden content hosten, ook aanzienlijke middelen kunnen besteden aan het implementeren van uploadfilters. De Commissie negeerde de grote verscheidenheid aan niet-commerciële platforms zoals Wikipedia, niche-platforms zoals MuseScore (voor bladmuziek) en veel start-ups die miljoenen uploads hosten, maar moeite zouden hebben om dure filtertechnologie te implementeren of in licentie te nemen.

Waarom Voss denkt dat het beter zou zijn door het woord “groot” te vervangen door het mogelijk nog meer omvattende “significant”, blijft volledig onduidelijk.

3. Een klein probleempje met de grondrechten

In het voorstel staat: De filtermaatregelen mogen geen verwerking van persoonsgegevens inhouden om de privacy van de gebruikers te beschermen.

De enige aanwijzing dat de heer Voss aandacht heeft besteed aan de publieke kritiek is dat hij erkent dat er misschien een klein probleem is met de grondrechten. Het Europese Hof van Justitie heeft namelijk in het verleden geoordeeld dat een verplichting om alle uploads van gebruikers te filteren in strijd is met de fundamentele rechten op privacy, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van informatie en vrijheid van ondernemerschap. Voss kiest blijkbaar willekeurig een van deze fundamentele rechten en voegt een bepaling toe die erop is gericht deze te beschermen. Hoe bewonderenswaardig dit ook mag zijn, het is ook in directe tegenspraak met wat volgt:

Omdat filters steevast legale content zullen verwijderen, bijvoorbeeld wegens een uitzondering op het auteursrecht zoals het citaatrecht, zouden gebruikers toegang moeten hebben tot een verhaalmechanisme om te klagen over het blokkeren van deze content. Maar hoe moet het platform de gebruiker het rechtsmiddel bieden als het niet is toegestaan om persoonsgegevens te verwerken? Gewoon het bijhouden van een log van gebruikers die het slachtoffer zijn geworden van het filter, vereist al de verwerking van persoonsgegevens. Hoe kan een gebruiker klagen over een onjuist verwijderingsverzoek als het platform geen toestemming heeft om bij te houden wat het filter heeft verwijderd?

Het wordt nog mooier: raad eens wie moet beslissen wat er gebeurt met de klachten van gebruikers over onrechtmatige verwijderingen? Inderdaad, die rechtenhouders die hebben gevraagd om de — misschien ten onrechte — herkende content te blokkeren. Ze zullen zeker een onpartijdige scheidsrechter blijken te zijn…

Op zijn minst moeten gebruikers naar de rechter kunnen stappen als de beroepsprocedure onvoldoende is. In de praktijk kan dit echter moeilijk zijn, aangezien beperkingen op het auteursrecht geen wettelijke rechten tegen rechtenhouders vormen. Daarom kan een rechtbank besluiten om af te zien van een oordeel om eerder verwijderde uploads te herstellen, zelfs als ze wettelijk onder een uitzondering op het auteursrecht vielen.

Wat de gebruikers nodig hebben, is een duidelijke wettelijke bepaling dat de auteursrechtelijke uitzonderingen gebruikersrechten vertegenwoordigen — precies wat de vorige auteursrechtenrapporteur Therese Comodini had voorgesteld.

4. Zeer specifieke algemene monitoring

In het voorstel staat: Het controleren van alle [gebruikers]uploads om na te gaan of ze identiek zijn aan auteursrechtelijk beschermde werken van bepaalde rechtenhouders vormt geen verboden “algemene” surveillance, maar is “specifiek”.

De EU-wetgeving verbiedt wetten die hostingproviders dwingen “algemeen toezicht te houden”, zoals het voortdurend controleren van alle bestanden die door gebruikers worden geüpload. Voss stelt simpelweg dat uploadfilters die regel niet zouden overtreden en schrijft dat alleen “abstracte monitoring” verboden zou moeten zijn, wat vermoedelijk betekent dat je willekeurig kijken naar geüploade bestanden zonder op zoek te gaan naar iets in het bijzonder.

Juist dit argument is al verworpen door het Europese Hof van Justitie: de Europese Commissie heeft er in het verleden al gebruik van gemaakt ter verdediging van uploadfilters — en heeft verloren (paragraaf 58 van de Franstalige bijdrage van de Commissie aan de zaak van het Europese Hof van Justitie, zaak Scarlet vs. SABAM).

5. Enkele uitzonderingen

In het voorstel staat: De filterverplichting mag niet van toepassing zijn op internetserviceproviders, online marktplaatsen zoals ebay, research repository’s waar rechtenhouders voornamelijk hun eigen werken uploaden, zoals arXiv, of cloudserviceproviders zoals Dropbox, waar de uploads niet openbaar toegankelijk zijn.

In een laatste poging om de massale nevenschade van de voorgestelde wetgeving te beteugelen, stelt Voss een welkome verduidelijking voor voor welke platforms de filterverplichting niet geldt. Maar deze uitzondering, die juridisch niet bindend is, omdat hij in een Overweging staat en niet in een Artikel, is niet van toepassing op de verplichting om een licentie te verlenen.

De vermelde platforms moeten nog steeds licenties van rechtenhouders verkrijgen wanneer uploads van gebruikers openbaar beschikbaar worden gemaakt, omdat deze nog steeds worden beschouwd als de communicatie aan het publiek. Maar hoe moeten deze platforms zichzelf beschermen tegen rechtszaken door rechtenhouders als ze vooraf geen licentie kunnen krijgen voor alle mogelijke content die kan worden geüpload? Ze zullen hoe dan ook hun toevlucht moeten nemen tot een uploadfilter.

6. Kritieke onderdelen blijven ongewijzigd

Grote delen van de meest bekritiseerde elementen van het Commissievoorstel zijn door rapporteur Voss volledig ongewijzigd gelaten, zoals de beruchte Overweging 38 (2), waarin de Commissie het beperkte aansprakelijkheidssysteem van de elektronische handelrichtlijn verkeerd voorstelt, en beweert dat elk platform, ook als die slechts alleen een algoritme gebruikt om geüploade werken in alfabetische volgorde te sorteren of een zoekfunctie aanbiedt, als “actief” moet worden beschouwd en daarom aansprakelijk moet zijn voor de acties van hun gebruikers. De enige verandering die de heer Voss in deze sectie heeft aangebracht, is cosmetisch van aard.

* * *

Het is niet te laat om de Censuurmachines te stoppen!

Gelukkig kan Axel Voss het standpunt van het Europees Parlement niet in zijn eentje bepalen. Hij heeft een meerderheid nodig in de commissie Juridische Zaken (JURI), die eind maart of april zal stemmen. Twee andere commissies hebben zich al sterk gekant tegen filterverplichtingen en verschillende JURI-leden hebben amendementen ingediend om het artikel te schrappen of aanzienlijk te verbeteren.

Dit is het moment om uw EP-leden op te roepen het voorstel van de heer Voss af te wijzen!
U kunt diensten zoals SaveTheMeme.net van Digitale Rechten NGO Bits of Freedom of ChangeCopyright.org van Mozilla gebruiken om de leden van de Juridische Commissie kosteloos te bellen. Of schrijf de EP-leden uit uw land aan per e-mail.

Maar het belangrijkste is, zegt het voort! Vraag je lokale media om deze wet te verslaan. Het internet zoals wij dat kennen staat op het spel.


Voor zover mogelijk bij wet, heeft de maker afstand gedaan van alle auteursrechten en verwante of naburige rechten op dit werk.

To the extent possible under law, the creator has waived all copyright and related or neighboring rights to this work.

Geplaatst op Geef een reactie

Het internet na Axel Voss: wat er op het spel staat bij de auteursrechtstemming van morgen

Julia Reda | 20180918 | juliareda.eu

Eenentwintig maanden van debat komen tot een eind. In minder dan 24 uur zal de commissie juridische zaken van het Europees Parlement beslissen welke van deze twee voorstellen zal doorgaan:

  1. De Oettinger/Voss-plannen voor een linkbelasting en censuurmachines, die zullen gaan beperken hoe u online kunt participeren, dit alles ten gunste van de speciale belangen van grote mediabedrijven. [Voss-plannen downloaden als PDF]
  2. De gezond-verstand-alternatieven die ik ter stemming breng — de Reda compromissen, zo u wilt — die op behoorlijke wijze de belangen van verschillende groepen redelijk in evenwicht houden zonder afbreuk te doen aan de grondrechten. [Download de Reda-compromissen over artikel 11 en artikel 13 als PDF]

Het internet na Voss

Op het “internet na Axel Voss”, zult u steeds vaker foutmeldingen tegen komen als u probeert om uzelf uit te drukken op het web, net zoals u elke dag doet: de kans is groot dat veel van uw links en uploads zullen worden afgewezen.

“Er is geen fragment licentie gevonden voor uw regio”, “Kans op inbreuk van auteursrechten gedetecteerd”, “Even geduld terwijl we uw vakantiefoto’s vergelijken met alle stockfoto’s die ooit zijn gemaakt”, “Sorry, we hebben de dienst aan klanten in de Europese Unie op moeten schorten”: dat is hoe online participeren kan gaan voelen.

* * *

Artikel 11: Nieuwssites

Commissievoorstel Voss-voorstel Reda-compromis
  • Zelfs de kortste fragmenten van nieuwsartikelen moeten worden gelicentieerd
  • Geldt voor alle links, overal
  • Termijn van 20 jaar
  • Zelfs de kortste fragmenten van nieuwsartikelen moeten worden gelicentieerd
  • Van toepassing op links op webplatforms
  • Termijn van 5 jaar
  • Vereenvoudig licentie- en auteursrechtelijke handhaving voor persuitgevers (“Presumptieregel”)

Vandaag de dag brengen mensen hun vrienden op de hoogte van het nieuws van de dag en bespreken ze actuele gebeurtenissen door links naar artikelen op webplatforms te plaatsen. Deze verwijzingen worden routinematig geïllustreerd met korte fragmenten die bedoeld zijn om lezers te informeren over waar ze naartoe leiden: op zijn minst bevatten ze bijna altijd de kop van het artikel.

Volgens de voorstellen van Oettinger/Voss zouden dergelijke fragmenten licenties vereisen, met inbegrip van zelfs korte en puur feitelijke koppen zoals “Angela Merkel ontmoet Theresa May”. (Dit komt omdat een “naburig recht”, in tegenstelling tot een auteursrecht, geen originaliteit vereist om iets te beschermen. De uitzondering die Voss toevoegt voor “handelingen van hyperlinken” zal dergelijke fragmenten niet dekken.)

Platforms die niet in staat zijn of niet bereid zijn om licentiekosten te betalen, zullen moeten sluiten of niet toestaan dat gebruikers hyperlinks met fragmenten delen. Het beperken van linken, hetzij op de manier van Oettinger of op die van Voss, beperkt de vrijheid van meningsuiting en toegang tot online informatie.

Voss zelf heeft toegegeven dat dit nieuwe recht “misschien niet het beste idee” is, maar drukt het er desondanks door. Volgens 169 onafhankelijke academici zou dit “waarschijnlijk de vrije stroom van informatie belemmeren die van vitaal belang is voor de democratie”.

Het Reda-compromis: een eerlijk alternatief

De “presumptieregel” die ik in plaats daarvan in stemming breng, zou de manier waarop nieuwsuitgevers omgaan met auteursrechten kwesties vereenvoudigen, wat tegenwoordig complex kan zijn omdat het auteursrecht berust bij de individuele auteurs van artikelen. Het vestigt de standaard juridische veronderstelling dat uitgevers het recht hebben om het auteursrecht van artikelen die ze publiceren te licentiëren en te handhaven. Maar het tast uw vrijheid om te linken niet aan.

Dit idee werd verdedigd door de voormalige JURI-rapporteur over dit dossier, EP-lid Therese Comodini Cachia (EVP), en het voormalige Estse voorzitterschap van de Raad.
Volgens onafhankelijke academische deskundigen biedt het “de meest werkbare basis voor vooruitgang omdat het gebaseerd was op breed en transparant overleg, rekening houdend met wetenschappelijk bewijs”.

Hoewel financiering voor kwaliteitsjournalistiek een onzekere toekomst wacht, is het zo dat deze belangrijke kwestie niet wordt veroorzaakt door het auteursrecht. Auteursrechthervorming kan verloren banen en advertentie-inkomsten niet terugbrengen.

* * *

Artikel 13: platforms voor het delen van content

Commissievoorstel Voss-voorstel Reda-compromis
  • Platforms moeten uploadfilters inzetten
  • Geldt voor elk platform dat “grote hoeveelheden” gebruikersuploads publiekelijk beschikbaar maakt
  • Platforms zijn aansprakelijk voor inbreuk op het auteursrecht door de gebruikers
  • Platforms moeten hoe dan ook uploadfilters inzetten
  • Geldt voor elk platform dat uploads van gebruikers publiekelijk beschikbaar stelt, met uitzondering van Wikipedia, GitHub en een paar anderen
  • Actieve platforms moeten billijke licentieovereenkomsten sluiten
  • Verbod op uploadfilters

Vandaag de dag zijn internetplatforms verplicht auteursrechtelijk inbreukmakende werken te verwijderen die door hun gebruikers zijn geüpload wanneer ze er kennis van nemen. Uploadfilters zetten dit concept op zijn kop en vereisen dat platforms uploads die mogelijk inbreuk maken automatisch moeten weigeren voordat ze zelfs maar online verschijnen.

In een radicale stap die verder gaat dan het Commissievoorstel, stelt Voss voor om platforms rechtstreeks aansprakelijk te stellen voor inbreuk op het auteursrecht door gebruikers. Om te voldoen aan de wet, zouden ze preventief licenties moeten verkrijgen voor alle auteursrechtelijk beschermde werken in de wereld — een onmogelijke opgave. Dienovereenkomstig moeten ze uploadfilters gebruiken (hoewel hen zelfs dat niet bevrijdt van aansprakelijkheid).

Filters kunnen geen onderscheid maken tussen inbreuk en toegestaan gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal zoals parodieën. Platforms zullen een sterke beweegreden hebben om “het zekere voor het onzekere te nemen ten gunste van het blokkeren”. Gebruikers en onafhankelijke videomakers zullen er achter komen dat veel van hun legitieme uploads worden afgewezen. Zij zullen “schuldig zijn tot het tegendeel bewezen”, ze zullen moeten vechten om elk van hun werken te herstellen. Ondertussen zullen bedrijven die valse auteursrechtclaims indienen geen straf ontvangen. Deze asymmetrie maakt de regeling kwetsbaar voor misbruik door iedereen die bepaalde content offline wil halen.

Internetmemes, die meestal voortbouwen op eerdere werken, zijn een opvallend (maar zeker niet het enige) voorbeeld van populaire content die geautomatiseerde filters waarschijnlijk zullen verwijderen.

Directe aansprakelijkheid plaatst een onmogelijke druk op kleine platforms, die mogelijk moeten sluiten of zich terugtrekken uit de EU-markt. Google en Facebook zullen een voordeel behalen ten opzichte van de concurrentie, omdat alleen zij nu over de noodzakelijke filtertechnologie beschikken.

Voss heeft toegegeven niet in staat te zijn om te voorspellen welke platforms onder zijn voorstel zouden vallen. De uitvinder van het World Wide Web, Tim Berners-Lee, noemde uploadfilters “een ongekende stap in de richting van … geautomatiseerde surveillance en controle”. De speciale VN-rapporteur voor vrijheid van mening en meningsuiting, David Kaye, uitte zijn bezorgdheid over het feit dat het voorstel van Voss “gebruikers beperkingen op de vrijheid van meningsuiting oplegt” met “voorafgaande censuur”, beperkingen die niet stroken met het die niet stroken met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

Het Reda-compromis: een eerlijk alternatief

Mijn alternatief compromis is gericht op een billijke vergoeding van auteurs en wijst uploadfilters van de hand als een onaanvaardbare maatregel. Het maakt duidelijk onderscheid tussen platforms die auteurs onrechtvaardig behandelen en degenen die uploads van inbreukmakend materiaal niet kunnen voorkomen, maar dit op geen enkele manier aanmoedigen.

Deze aanpak komt overeen met het advies van de commissie interne markt en de Commissie burgerlijke vrijheden, waar het voor het eerst werd geïntroduceerd door EVP rapporteur Michał Boni.

* * *

De publieke belangstelling vertoont een sneeuwbaleffect. Video’s die de hervorming bespreken, werden meer dan vijf miljoen keer bekeken. Meer dan 450.000 mensen hebben petities ondertekend tegen de Oettinger/Voss-plannen. Meer dan 50.000 tweets hebben #SaveYourInternet in de afgelopen week genoemd. De telefoons in de kantoren van EP-leden zullen niet stoppen met rinkelen. Naar wie zullen de Europarlementsleden morgen luisteren?

U heeft nog een laatste kans om deze bijzondere stemming beïnvloeden: pak uw telefoon nu meteen op en gebruik SaveYourInternet om contact op te nemen met uw EP-lid. Vraag hen om de Reda-compromissen te steunen over de artikelen 11 en 13. En ga morgen de resultaten controleren.


Voor zover mogelijk bij wet, heeft de maker afstand gedaan van alle auteursrechten en verwante of naburige rechten op dit werk.

To the extent possible under law, the creator has waived all copyright and related or neighboring rights to this work.

Julia Reda | 20180918 | juliareda.eu

Eenentwintig maanden van debat komen tot een eind. In minder dan 24 uur zal de commissie juridische zaken van het Europees Parlement beslissen welke van deze twee voorstellen zal doorgaan:

  1. De Oettinger/Voss-plannen voor een linkbelasting en censuurmachines, die zullen gaan beperken hoe u online kunt participeren, dit alles ten gunste van de speciale belangen van grote mediabedrijven. [Voss-plannen downloaden als PDF]
  2. De gezond-verstand-alternatieven die ik ter stemming breng — de Reda compromissen, zo u wilt — die op behoorlijke wijze de belangen van verschillende groepen redelijk in evenwicht houden zonder afbreuk te doen aan de grondrechten. [Download de Reda-compromissen over artikel 11 en artikel 13 als PDF]

Het internet na Voss

Op het “internet na Axel Voss”, zult u steeds vaker foutmeldingen tegen komen als u probeert om uzelf uit te drukken op het web, net zoals u elke dag doet: de kans is groot dat veel van uw links en uploads zullen worden afgewezen.

“Er is geen fragment licentie gevonden voor uw regio”, “Kans op inbreuk van auteursrechten gedetecteerd”, “Even geduld terwijl we uw vakantiefoto’s vergelijken met alle stockfoto’s die ooit zijn gemaakt”, “Sorry, we hebben de dienst aan klanten in de Europese Unie op moeten schorten”: dat is hoe online participeren kan gaan voelen.

* * *

Artikel 11: Nieuwssites

Commissievoorstel Voss-voorstel Reda-compromis
  • Zelfs de kortste fragmenten van nieuwsartikelen moeten worden gelicentieerd
  • Geldt voor alle links, overal
  • Termijn van 20 jaar
  • Zelfs de kortste fragmenten van nieuwsartikelen moeten worden gelicentieerd
  • Van toepassing op links op webplatforms
  • Termijn van 5 jaar
  • Vereenvoudig licentie- en auteursrechtelijke handhaving voor persuitgevers (“Presumptieregel”)

Vandaag de dag brengen mensen hun vrienden op de hoogte van het nieuws van de dag en bespreken ze actuele gebeurtenissen door links naar artikelen op webplatforms te plaatsen. Deze verwijzingen worden routinematig geïllustreerd met korte fragmenten die bedoeld zijn om lezers te informeren over waar ze naartoe leiden: op zijn minst bevatten ze bijna altijd de kop van het artikel.

Volgens de voorstellen van Oettinger/Voss zouden dergelijke fragmenten licenties vereisen, met inbegrip van zelfs korte en puur feitelijke koppen zoals “Angela Merkel ontmoet Theresa May”. (Dit komt omdat een “naburig recht”, in tegenstelling tot een auteursrecht, geen originaliteit vereist om iets te beschermen. De uitzondering die Voss toevoegt voor “handelingen van hyperlinken” zal dergelijke fragmenten niet dekken.)

Platforms die niet in staat zijn of niet bereid zijn om licentiekosten te betalen, zullen moeten sluiten of niet toestaan dat gebruikers hyperlinks met fragmenten delen. Het beperken van linken, hetzij op de manier van Oettinger of op die van Voss, beperkt de vrijheid van meningsuiting en toegang tot online informatie.

Voss zelf heeft toegegeven dat dit nieuwe recht “misschien niet het beste idee” is, maar drukt het er desondanks door. Volgens 169 onafhankelijke academici zou dit “waarschijnlijk de vrije stroom van informatie belemmeren die van vitaal belang is voor de democratie”.

Het Reda-compromis: een eerlijk alternatief

De “presumptieregel” die ik in plaats daarvan in stemming breng, zou de manier waarop nieuwsuitgevers omgaan met auteursrechten kwesties vereenvoudigen, wat tegenwoordig complex kan zijn omdat het auteursrecht berust bij de individuele auteurs van artikelen. Het vestigt de standaard juridische veronderstelling dat uitgevers het recht hebben om het auteursrecht van artikelen die ze publiceren te licentiëren en te handhaven. Maar het tast uw vrijheid om te linken niet aan.

Dit idee werd verdedigd door de voormalige JURI-rapporteur over dit dossier, EP-lid Therese Comodini Cachia (EVP), en het voormalige Estse voorzitterschap van de Raad.
Volgens onafhankelijke academische deskundigen biedt het “de meest werkbare basis voor vooruitgang omdat het gebaseerd was op breed en transparant overleg, rekening houdend met wetenschappelijk bewijs”.

Hoewel financiering voor kwaliteitsjournalistiek een onzekere toekomst wacht, is het zo dat deze belangrijke kwestie niet wordt veroorzaakt door het auteursrecht. Auteursrechthervorming kan verloren banen en advertentie-inkomsten niet terugbrengen.

* * *

Artikel 13: platforms voor het delen van content

Commissievoorstel Voss-voorstel Reda-compromis
  • Platforms moeten uploadfilters inzetten
  • Geldt voor elk platform dat “grote hoeveelheden” gebruikersuploads publiekelijk beschikbaar maakt
  • Platforms zijn aansprakelijk voor inbreuk op het auteursrecht door de gebruikers
  • Platforms moeten hoe dan ook uploadfilters inzetten
  • Geldt voor elk platform dat uploads van gebruikers publiekelijk beschikbaar stelt, met uitzondering van Wikipedia, GitHub en een paar anderen
  • Actieve platforms moeten billijke licentieovereenkomsten sluiten
  • Verbod op uploadfilters

Vandaag de dag zijn internetplatforms verplicht auteursrechtelijk inbreukmakende werken te verwijderen die door hun gebruikers zijn geüpload wanneer ze er kennis van nemen. Uploadfilters zetten dit concept op zijn kop en vereisen dat platforms uploads die mogelijk inbreuk maken automatisch moeten weigeren voordat ze zelfs maar online verschijnen.

In een radicale stap die verder gaat dan het Commissievoorstel, stelt Voss voor om platforms rechtstreeks aansprakelijk te stellen voor inbreuk op het auteursrecht door gebruikers. Om te voldoen aan de wet, zouden ze preventief licenties moeten verkrijgen voor alle auteursrechtelijk beschermde werken in de wereld — een onmogelijke opgave. Dienovereenkomstig moeten ze uploadfilters gebruiken (hoewel hen zelfs dat niet bevrijdt van aansprakelijkheid).

Filters kunnen geen onderscheid maken tussen inbreuk en toegestaan gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal zoals parodieën. Platforms zullen een sterke beweegreden hebben om “het zekere voor het onzekere te nemen ten gunste van het blokkeren”. Gebruikers en onafhankelijke videomakers zullen er achter komen dat veel van hun legitieme uploads worden afgewezen. Zij zullen “schuldig zijn tot het tegendeel bewezen”, ze zullen moeten vechten om elk van hun werken te herstellen. Ondertussen zullen bedrijven die valse auteursrechtclaims indienen geen straf ontvangen. Deze asymmetrie maakt de regeling kwetsbaar voor misbruik door iedereen die bepaalde content offline wil halen.

Internetmemes, die meestal voortbouwen op eerdere werken, zijn een opvallend (maar zeker niet het enige) voorbeeld van populaire content die geautomatiseerde filters waarschijnlijk zullen verwijderen.

Directe aansprakelijkheid plaatst een onmogelijke druk op kleine platforms, die mogelijk moeten sluiten of zich terugtrekken uit de EU-markt. Google en Facebook zullen een voordeel behalen ten opzichte van de concurrentie, omdat alleen zij nu over de noodzakelijke filtertechnologie beschikken.

Voss heeft toegegeven niet in staat te zijn om te voorspellen welke platforms onder zijn voorstel zouden vallen. De uitvinder van het World Wide Web, Tim Berners-Lee, noemde uploadfilters “een ongekende stap in de richting van … geautomatiseerde surveillance en controle”. De speciale VN-rapporteur voor vrijheid van mening en meningsuiting, David Kaye, uitte zijn bezorgdheid over het feit dat het voorstel van Voss “gebruikers beperkingen op de vrijheid van meningsuiting oplegt” met “voorafgaande censuur”, beperkingen die niet stroken met het die niet stroken met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

Het Reda-compromis: een eerlijk alternatief

Mijn alternatief compromis is gericht op een billijke vergoeding van auteurs en wijst uploadfilters van de hand als een onaanvaardbare maatregel. Het maakt duidelijk onderscheid tussen platforms die auteurs onrechtvaardig behandelen en degenen die uploads van inbreukmakend materiaal niet kunnen voorkomen, maar dit op geen enkele manier aanmoedigen.

Deze aanpak komt overeen met het advies van de commissie interne markt en de Commissie burgerlijke vrijheden, waar het voor het eerst werd geïntroduceerd door EVP rapporteur Michał Boni.

* * *

De publieke belangstelling vertoont een sneeuwbaleffect. Video’s die de hervorming bespreken, werden meer dan vijf miljoen keer bekeken. Meer dan 450.000 mensen hebben petities ondertekend tegen de Oettinger/Voss-plannen. Meer dan 50.000 tweets hebben #SaveYourInternet in de afgelopen week genoemd. De telefoons in de kantoren van EP-leden zullen niet stoppen met rinkelen. Naar wie zullen de Europarlementsleden morgen luisteren?

U heeft nog een laatste kans om deze bijzondere stemming beïnvloeden: pak uw telefoon nu meteen op en gebruik SaveYourInternet om contact op te nemen met uw EP-lid. Vraag hen om de Reda-compromissen te steunen over de artikelen 11 en 13. En ga morgen de resultaten controleren.


Voor zover mogelijk bij wet, heeft de maker afstand gedaan van alle auteursrechten en verwante of naburige rechten op dit werk.

To the extent possible under law, the creator has waived all copyright and related or neighboring rights to this work.

Geplaatst op Geef een reactie

Verklaring van de Piraten van België na de stemming over de auteursrechtrichtlijn

Woensdag 12 september hebben de leden van het Europees Parlement gestemd vóór het voorstel van Axel Voss over het auteursrecht.  Het gaat over een Europese richtlijn die ter stemming aan het Parlement was voorgelegd. Doel van die richtlijn is auteurs en artiesten beter te beschermen en te vergoeden. Maar, helaas, heeft ze enkele nefaste effecten. Ze komt namelijk neer op een vorm van censuur op online geplaatste inhoud, die gebeurt via algoritmen waarvan de tekortkomingen intussen zijn aangetoond. Ook heeft de richtlijn als gevolg dat minder informatie verspreid kan worden omdat uitgevers kunnen eisen van platforms, die content van hen publiceren, dat ze zouden betalen voor een licentie die hen toelaat dat te doen. Lees het advies over deze richtlijn gegeven door Séverine Dusollier (“De auteurs moeten vergoed worden, maar niet op deze manier”), hoogleraar auteursrecht aan de Universiteit van Namen.

Tot bewijs van het tegendeel, hebben wij ons níet bezondigd (in tegenstelling tot een groot deel van de pers, en vele anderen, die dat wél hebben gedaan):
– aan het aan tafel zitten met Google om met hen te onderhandelen over een partnerschap;
– aan het aanwerven van een personeelslid dat als taak heeft content via Facebook te verspreiden;
– aan het maken van rampzalige strategische keuzes die ervoor hebben gezorgd dat er een afhankelijkheid is ontstaan van GAFAM, en dat al sedert vele jaren.

We hebben de pers altijd verdedigd als een macht die essentieel is voor een gezonde democratie. In het debat over deze hervorming, echter, hebben we vastgesteld dat ze massaal heeft afgehaakt. Waarachtige journalistiek heeft plaats gemaakt voor weerzinwekkend lobbyen. Nochtans zal een Europese richtlijn niet genoeg zijn om die pers te redden…!

 

Wat nu?

De stemming van woensdag betekent niet dat de hervorming is goedgekeurd. Wel kreeg het Parlement daarmee het mandaat te onderhandelen met de Commissie en de Raad. Deze triloog vindt plaats achter gesloten deuren – wat eigenlijk, helaas, was te verwachten. Zodra deze drie instellingen een gemeenschappelijke tekst zijn overeengekomen, zal die een laatste keer ter validatie aan het Europees Parlement worden voorgelegd, waarschijnlijk in het voorjaar van 2019. De volgende stap is dat elk van de lidstaten dan dat Europese besluit omzet in wetgeving.

De leden die ervoor hebben gekozen deze richtlijn te steunen, zullen de gevolgen moeten dragen. Ze hebben het advies genegeerd van vele internetdeskundigen, van de Verenigde Naties en van academici, die massaal de alarmbel luidden. Maar ze hebben wel allemaal een naam, een partij en, van tijd tot tijd, verkiezingen waarbij ze zich moeten verantwoorden bij de burgers, en waarbij de kiezers duidelijk kunnen maken dat ze niet akkoord gaan met deze gang van zaken.

Wij zullen de strijd voor een vrij, open en gedecentraliseerd internet verder zetten, overal waar dat mogelijk is, en met de middelen die we ter beschikking hebben. We zouden dit ook hebben gedaan als het resultaat van afgelopen woensdag positief voor ons geweest. U kunt contact opnemen met de leden van het Europees Parlement, om degenen die tegen de richtlijn hebben gestemd, te bedanken en om degenen die vóór de richtlijn hebben gestemd, ter verantwoording te roepen. Er zijn ook organisaties waarbij u zich kan aansluiten, die u kan helpen of steunen: NURPA, EDRI en, natuurlijk, de Piraten. Wij zullen ons, met onze diepste overtuigingen, blijven verzetten tegen de misplaatste belangen die sommigen hebben gekozen te dienen.

 

Extra info :

Geplaatst op Geef een reactie

IBM to acquire Red Hat in deal valued at $34 billion

Alex Sherman |

  • IBM announced plans to acquire Red Hat in a deal valued at about $34 billion.
  • Prior to the acquisition, Red Hat’s market capitalization stood at approximately $20.5 billion.
  • The acquisition is by far IBM’s largest deal ever, and the third-biggest in the history of U.S. tech.

IBM-Red Hat deal is all about resetting the cloud lanscape, says IBM CEO Rometty

IBM-Red Hat deal is all about resetting the cloud landscape, says IBM CEO Rometty  

IBM is acquiring Red Hat, a major distributor of open-source software and technology, in a deal valued around $34 billion, the companies announced on Sunday.

According to a joint statement, IBM will pay cash to buy all shares in Red Hat at $190 each. Shares in Red Hat closed at $116.68 on Friday before the deal was announced.

The open source, enterprise software maker will become a unit of IBM’s Hybrid Cloud division, with Red Hat CEO Jim Whitehurst joining IBM’s senior management team and reporting to CEO Ginni Rometty.

Goldman Sachs, J.P. Morgan and Lazard advised IBM on the Red Hat deal. Morgan Stanley and Guggenheim advised Red Hat.

The acquisition is by far IBM’s largest deal ever, and the third-biggest in the history of U.S. tech. Excluding the AOL-Time Warner merger, the only larger deals were the $67 billion merger between Dell and EMC in 2016 and JDS Uniphase’s $41 billion acquisition of optical-component supplier SDL in 2000, just as the dot-com bubble was bursting.

Red Hat started 25 years ago as a distributor of a particular flavor of Linux, an open-source operating system that is commonly used in server computers that power company data centers. Today, Red Hat is known for distributing and supporting Red Hat Enterprise Linux, as well as other technologies commonly used in data centers. The company, which went public at the peak of the dot-com boom in 1999, earned $259 million on revenue of $2.92 billion in its last fiscal year, which ended Feb. 28. Its revenue grew 21% between the 2017 and 2018 fiscal years.

Rometty told CNBC that the deal should not be interpreted as part of any plan for her to transition out of her position as CEO at IBM.

“I’m still young and I’m not going anywhere,” she told CNBC.

IBM will pause share repurchases in 2020 and 2021, but won’t touch its dividend. The pause is a cautionary measure as the company plans on returning to its normal leverage ratio in about two years.

Open source has been the biggest theme in technology this year. Prior to IBM’s purchase of Red Hat, two of the biggest tech deals of the year were Microsoft’s $7.5 billion purchase of GitHub, a code-sharing service, and Salesforce’s $6.5 billion acquisition of MuleSoft, whose technology stitches together disparate software applications, data and devices. Earlier this month, big-data rivals Cloudera and Hortonworks agreed to merge in a $5.2 billion deal.

Both Rometty and Whitehurst, in comments to CNBC, agreed that Microsoft’s purchase of GitHub was “irrelevant” to IBM and Red Hat’s decision to enter into a deal.

While Red Hat has talked for years about potentially selling itself to other companies, including Google, never has anything gotten nearly as serious as the negotiations with IBM, according to people familiar with the matter.

“We were not looking to do something,” Whitehurst told CNBC.

IBM reported lighter-than-expected revenue in its most recent earnings update, and its revenues shrank from the previous year after three quarters of growth. Prior to that brief growth period, the company’s revenues had been slowly declining for about five years.

The company has been working to catch up to Amazon and Microsoft in the cloud infrastructure business.

Cloud is one of IBM’s four key strategic imperatives, or growth drivers — the others are social, mobile and analytics — and in the quarter, IBM announced cloud deals with Economical Insurance, ExxonMobil and Novis.

IBM and Red Hat said the deal would enable businesses to do even more work in the cloud, keeping their apps and data portable and secure, no matter which cloud or hybrid technologies they adopt.

–CNBC’s David Faber , Ari Levy and Jordan Novet contributed to this report.